Roadtrip Balkan 2009: NAJS!

Dinsdag 25 augustus 2009, 00:17 9 reacties

Twee weken lang ben ik op reis geweest met de drie beste reisgenoten die ik me zou kunnen wensen. Samen met Thomas, Ruben en Daniël heb ik met de auto door Kroatië gereden, waar we de meest bijzondere, geweldige, onvergetelijke en eigenlijk niet te beschrijven dingen hebben beleefd. Ik ga toch een poging doen, om het thuisfront een glimp te geven van ons avontuur, maar zoals het echt was, dat is simpelweg onmogelijk te vertellen.

Zondag: Eén woord: VOLVO
Maandag: Chillen in een spookstad
Dinsdag: La dolce vita
Woensdag: Triest, op z'n Italiaans welteverstaan
Donderdag: Een rollercoaster in alle opzichten
Vrijdag: Gezellige kleine straatjes
Zaterdag: Wat een leven
Zondag: Dronken voor altijd
Maandag: Met de trein
Dinsdag: Sarajevo maakt indruk
Woensdag: Let's go for a swim
Donderdag: Feesten met een pornoster
Vrijdag: Zo gastvrij is Kroatië
Zaterdag: Een waardige afsluiting
Zondag: Asfalt voor ons alleen

Zondag: Eén woord: VOLVO

Tegen half negen 's avonds loop ik samen met Daniël op Rotterdam Centraal van de trein naar onze vrienden die klaar staan met de auto. Door een fout van de verhuurmaatschappij hebben we een auto gekregen van een paar klassen hoger dan we eigenlijk besteld hadden: een splinternieuwe Volvo V70 met pas 4000 kilometer op de teller. Volgens mij heb ik een half uur lang wauw, whaa en whoo staan roepen en toen ik in Duitsland zelf achter het stuur mocht kruipen kwam daar nog een wholyshit bij. Wat een monster van een auto! Zoveel luxe en kracht in een auto heb ik nog nooit ervaren en één ding is alvast zeker: ons vervoer zit wel snor de komende twee weken.

De proloog van 1250 kilometer richting de eerste echte startplaats van onze trip, Ljubljana, verloopt voorspoedig en na minder dan twaalf uur rijden komen we aan bij het enige van te voren geregelde hostel. We plannen deze trip niets meer dan een dag vooruit en rijden constant de volgende verrassing tegemoet.

Maandag: Chillen in een spookstad

Het eerste dat opvalt in Ljubljana is hoe rustig het op straat is. We slenteren door het centrum van de Sloveense hoofdstad maar veel leven is er niet te vinden. Als we na een half uurtje neerploffen in vier kingsize ligstoelen op een terras aan het water en vier halve liters bier laten klinken, kan het ons even niets schelen; de vakantie is begonnen.

Opvallend is hoeveel mooie vrouwen er voorbij komen lopen. Of het nu komt door het bier dat er na de heenreis goed in gaat of dat de vrouwen het in dit gedeelte van de wereld gewoon beter getroffen hebben, wij treffen het maar.

's Avonds eten we bij een weggestopt restaurantje. Terwijl het met bakken van de hemel komt genieten we van lekker eten en laten we ons door de een ontzettend aardige ober vertellen dat de lokale bevolking massaal naar de kust vertrokken is. De kust, dat lijkt ons ook wel wat.

Dinsdag: La dolce vita

Na een bezoek aan de kapper (zeven euro voor een knipbeurt, dat konden wij als Nederlanders natuurlijk niet weerstaan) was het tijd om ons hostel vaarwel te zeggen en naar de volgende bestemming te vertrekken. Triest zou het gaan worden. Niet als in teleurstellend, maar als in Triest, het Italiaanse kustplaatsje, net over de grens met Slovenië. Het is een kort ritje, maar halverwege bezoeken we nog een mooie grot, omdat we nu eenmaal van mooie dingen houden.

Eenmaal in Triest worden we overvallen door het ultieme zomergevoel. We rijden langs een lange boulevard met prachtige gebouwen en in de verte kunnen we Venetië zien liggen. Een lokaal radiostation speelt zeer toepasselijke muziek en met alle raampjes open snuiven we het gevoel van la dolce vita op.

Door de Touristinfo worden we naar het enige hostel van de stad gestuurd. Het ligt een paar kilometer buiten het centrum, maar wel mooi aan de zee. Als we echter ontdekken dat het hostel iedere avond om twaalf uur de deur sluit, besluiten we een alternatief te zoeken. Na wat rondrijden en -vragen komen we terecht bij een heel aardig vrouwtje dat een hotel runt. Voor een euro meer dan in het hostel kunnen we nu in een prima hotelkamer slapen, midden in het centrum van de stad. Best aardige deal.

In een gezellig restaurantje eten we een overheerlijke Italiaanse maaltijd en proosten we nog eens op het goede leven. We drinken bier in gezellige nauwe straatjes en slenteren door de stad. Dit kunnen we best twee dagen volhouden.

Woensdag: Triest, op z'n Italiaans welteverstaan

Het is wederom een stralende dag aan de Italiaanse kust en iedereen verlangt naar een duik in het heldere zeewater. Nu bestaat de kust in het centrum van de stad enkel uit haven, dus we springen in de auto om even buiten de stad een strandje op te zoeken. Mede door de grote drukte blijkt dit lastiger dan gedacht en meerdere malen moeten we de auto in z'n achteruit uit omlaag lopende, volgeparkeerde, doodlopende straatjes terug naar boven manouvreren.

Het mooiste moment moest echter nog komen, toen we aan het einde van zo'n straatje tegen een betaald parkeren terreintje opliepen. We vertelden de chagrijnige parkeerwachter dat we enkel wilden keren op het terrein, maar we kregen evengoed een kaartje. Toen we een minuut later weer bij hem terug waren om het terrein te verlaten, zei hij doodleuk dat we een euro moesten betalen. Thomas keek de man aan en vroeg of hij niet goed bij z'n hoofd was, waarop de man herhaalde dat we een euro moesten betalen. Zonder antwoord te geven gaf Tom vervolgens plankgas en met gierende banden reden we weg, een schreeuwende parkeerwachter achterlatend. Redelijk briljante actie als je het mij vraagt :-) Uiteindelijk hebben we overigens een prima plekje langs het water weten te vinden.

Later die dag koopt Ruben een gitaar, omdat het toch wel begint te kriebelen. Dezelfde avond zitten we op de grote pier, met gitaar, mondharmonica en vierstemmig stemgeluid muziek te maken. Zonder dat hij het doorheeft battle'n we met een enthousiaste Italiaanse straatmuzikant en we trekken zelfs een enkele toeschouwer. Tussen de muziek door genieten we van overheerlijke broodjes die chefkok Daniël klaarmaakt en het aanzicht van de stad. Het is een lied dat gezongen wordt in de mooiste nacht.

Donderdag: Een rollercoaster in alle opzichten

Na een prachtige Italiaanse avond is het tijd de aardige hotelmevrouw vaarwel te zeggen, de auto weer vol te laden en op weg te gaan naar het volgende avontuur. We besluiten dat we naar Rijeka gaan, via een omweg door Istrië dat erg mooi schijnt te zijn. Ik mag vandaag rijden en weet op dat moment nog niet dat ik Thomas er eeuwig dankbaar voor zal zijn.

We rijden door prachtige gebieden, kleine dorpjes en over eeuwige landweggetjes en we belanden langs de oever van een rivier. Opnieuw worden we getrakteerd op een zalige lunch van onze chefkok en we zuchten nog eens hoe mooi het leven is. We nemen een duik in het kraakheldere water, waarin je de vissen met je mee ziet zwemmen. Het is genieten - zowel van dit moment als van het besef hoeveel vrijheid deze trip eigenlijk inhoudt.

Na het spetteren vervolgen we onze tocht in de richting van Pazin, waar we in een kerktoren klimmen die nog net niet op instorten staat en wat ansichtkaarten voor thuis schieten met onze paparazzi-verzameling aan camera's.

En dan is het zover. We gaan naar Rijeka, wat aan de andere kant van een enorme berg ligt. Er gaat een mooie tunnel door de berg heen, maar dat vind ik te saai, dus we kiezen voor de weg over de berg. Aan de voet van de berg zie ik een verkeersbord in de berm staan, dat waarschuwt voor een hellingspercentage van 18%. Een grijns verschijnt op mijn gezicht en ik ga er eens lekker voor zitten. Als een volleerd rallyrijder scheur ik onze krachtpatser van een Volvo de berg op - vooral niet remmend voor de vele haarspeldbochten, om zoveel mogelijk snelheid te behouden voor het volgende steile stukje. Op een bepaald moment gaan we iets té hard een bocht in, waarop de Volvo laat zien dat hij het ook cool vindt; de auto remt automatisch bij en we glijden met gierende banden bijna zijwaarts door de bocht, precies op onze eigen weghelft blijvend. Net als op televisie zeg maar, wauw :-) Vanaf dat punt heb ik de smaak te pakken en drijf ik de bandenslijtage nog iets verder op. Dit is te gek! Eenmaal boven op de berg genieten we van het uitzicht. We zien Rijeka al liggen, evenals een aantal van de eilanden voor de kust. Voor ons ligt Kroatië.

In Rijeka vragen we bij de touristinfo waar we kunnen slapen, waarop we meteen opgehaald worden door Dario, de lokale appartementenboer. Hij heeft een klein maar keurig netjes appartementje voor ons en vertelt ons dat er veel mooie GURLZ in de stad zijn. NAJS denken wij bij onszelf, dat wordt een mooie stapavond.

Tegen een uur of acht 's avonds pakken we een terrasje. We drinken en eten wat, maar we zijn vooral bezig met onze omgeving. Mannen van Nederland jullie zullen het niet geloven, maar er liepen ECHT waar ALLEEN maar lekkere vrouwen rond..! Het was echt niet normaal wat daar op straat gebeurde. We vroegen onze ober om opheldering, maar het enige wat hij erover kon zeggen was dat ze allemaal zo arrogant als de pest waren. "Zodra de meisjes hier zestien zijn, denken ze allemaal dat ze Kate Moss zijn."

Na het eten wordt het langzaam tijd om te gaan proeven van het nachtleven van Rijeka. We verplaatsen ons naar een ander terras en laten de rondjes bier en tequilla met steeds grotere regelmaat voor ons serveren. Ondertussen worden de tafeltjes om ons heen dichter en dichter bevolkt door nog meer mooie vrouwen en met een blik vol van ongeloof en van geluk kijken we elkaar aan. Als dit geen topavond wordt :-)

Als de zoveelste lege bierflessen op tafel teruggezet worden vinden we het tijd worden om het echte feest op te zoeken. We besluiten naar de Nina te gaan, een boot in de haven die is omgetoverd tot disco. In eerste instantie valt het een beetje tegen omdat er erg weinig mensen zijn en iedereen bovendien saai aan tafeltjes voor zich uit zit en staat te staren, maar dan moet je net ons hebben: dat kan anders! Niet veel later zijn we met de halve boot in gesprek en nog enige momenten later slepen we een groot deel mee naar de dansvloer. Ik haal teveel tequilla, maar dat mag, want het is feest en bovendien willen we vanavond dronken worden. We leren een aantal meiden uit Ljubljana kennen waarmee we de rest van de avond doorbrengen en als zij het tijd vinden om naar huis te gaan hebben wij de Nina ook wel gezien.

We slenteren een stukje en voor we het doorhebben zijn we druk in gesprek met een aantal mensen uit Rijeka. Ze weten een nachtwinkel in de buurt en iedereen wordt verblijd met een liter bier. Samen met de groep locals begeven we ons naar een pier waar we urenlang praten, lachen en zingen. Binnen enkele minuten wordt het dan opeens licht en komen er nieuwe toeristen aan in de stad. We zouden onszelf niet zijn als we deze niet even vrolijk zouden verwelkomen en dat gebeurt dan ook uitbundig. Ik kan me niet alles meer helemaal herinneren, maar ik weet nog wel dat we op een gegeven moment voor een groepje Canadese backpackers uit volle borst het Canadese volkslied hebben staan zingen. Vraag me niet het nog eens te doen, maar ze vonden het prachtig in ieder geval.

Tegen een uur of negen in de ochtend waggel ik samen met een van de meisjes die we deze ochtend hebben leren kennen richting het terras en daar zitten de anderen al lekker aan de koffie. Daniël praat in vloeiend Duits met Olivier, een backpacker die even daarvoor door ons ontvangstcomité van de boot is gehaald en niet weet wat hij meemaakt. Zelf begin ik moe te worden, maar ik zit nog altijd volop te genieten. Meer dan twaalf uur nadat deze stapavond van start ging, zijn we terug op hetzelfde terras als waar het allemaal begonnen was. (Of zoals Thomas ontdekte: "hey ze hebben hier precies dezelfde wc's als waar we gisteravond gegeten hebben!")

Om een uur of tien zijn we terug in ons appartementje. Twee uur later moeten we uitchecken, dus echt gebruikt hebben we het niet. We slapen een half uurtje, nemen een douche, pakken onze spullen weer bij elkaar en sjokken richting de auto. Ik ben een wandelend lijk; half dronken, half slaperig, half dood. Thomas is daarentegen om wonderbaarlijke reden fit genoeg om auto te kunnen rijden en hij brengt ons naar de volgende plek. Welke plek dat is wordt overigens onderweg pas besloten: Split.

Vrijdag: Gezellige kleine straatjes

Onderweg naar Split word ik een aantal keer wakker en iedere keer valt me op dat we weer in een totaal ander landschap rijden. De meest prachtige plaatjes komen voorbij. Ergens halverwege pauzeren we even om een balletje te trappen en we nemen een nieuwe videoclip voor Deelszon On Tour op. De gitaar is inmiddels beplakt met twee stickers: een van Triest en een van Rijeka. Doel is om aan het einde van de twee weken van iedere plaats waar we geslapen hebben een sticker te hebben en de gitaar daarmee te versieren.

Eenmaal in Split valt direct iets op: wat is het hier DRUK! We kunnen er over de toeristen lopen en we moeten bij de touristinfo een tijdje wachten voor we aan de beurt zijn. En dan is er slecht nieuws: ALLES in de stad is volgeboekt. Het enige wat men ons nog kan aanbieden is een te dure hotelkamer bij het vliegveld, twintig kilometer buiten de stad. Het mag duidelijk zijn dat dat geen optie is voor ons en we besluiten zelf op jacht te gaan. De auto zetten we met bagage en al aan de kant en we trekken het eerste het beste straatje in. Ik zie een bord SOBE en een oud vrouwtje begint tegen ons te praten. We begrijpen geen ruk van wat ze zegt en ze begrijpt geen reet van wat wij zeggen. Na enig handen en voeten werk wordt echter duidelijk dat ze een appartement heeft, waar we voor een schappelijk prijsje in mogen. Wat nou volgeboekt?

Als de avond valt zitten we voor ons appartementje met een fles wijn op straat. Aan de andere kant van het straatje zitten mensen te eten in een klein restaurantje en voor onze neus komen backpackers voorbij, op zoek naar een slaapplaats. Als de fles leeg is besluiten we een rondje door het centrum van de stad te lopen. Split is een heel mooi plaatsje, waarbij het oude gedeelte van de stad nog door een echte stadsmuur omringd wordt. Als we ons binnen deze muur wagen worden we verrast door een bruisende massa van gezelligheid. In hele nauwe streegjes zitten enorme groepen mensen dicht bij elkaar met bier en wijn, terwijl overal muziek klinkt. Het is geen doen om deze sfeer in woorden over te brengen, maar neem maar van mij aan dat het iets bijzonders over zich droeg.

Zaterdag: Wat een leven

Zaterdagochtend slenteren we door Split. We shoppen wat en zoeken een sticker, maar deze blijkt onvindbaar. Dan horen we een drumband aankomen. Het blijkt een Zwitsers legioen te zijn, dat door de stad marcheert en veel bekijks trekt. We volgen de stoet en komen uit op een plein, waar ze tussen de muziek door ook nog eens beginnen te schieten. Best cool. Na een tijdje hebben we het echter wel gezien en we lopen verder. Als Daniël, Ruben en ik even een kledingwinkel induiken en even later weer op straat staan, blijkt Thomas vier gratis kaarten geregeld te hebben voor de opnames van Croatia's Got Talent (je weet wel, die talentenjacht met die drie kruizen). Vijf minuten later zitten we in de zaal en wachten we tot het begint. Uiteindelijk moeten we zo lang wachten dat we maar drie optredens zien voor we weer weggaan, maar 't is toch leuk om er een keer in het echt bij te zijn geweest.

Op het heetst van de dag is het hoog tijd om de auto in te stappen, waar het dankzij de airco heerlijk koel is. De volgende plaats die we gaan bezoeken is Dubrovnik.

We rijden vrijwel het hele stuk langs de kust. Een 80-kilometer weg, waar dankzij de vele campers niet harder gereden wordt dan 60. Ik erger me af en toe kapot aan die trage dingen en halverwege de rit is iedereen wel even toe aan een pauze. We stoppen bij een afgelegen kerkje, met een prachtig uitzicht over de zee. Daar genieten we van een broodje en schieten we nog wat plaatjes voor het thuisfront.

Tegen een uur of negen 's avonds komen we eindelijk aan in Dubrovnik. Terwijl Tom en Daan een verblijf proberen te regelen, houden Ruben en ik de wacht bij onze vrachtauto, die veel te groot is voor de minuscule parkeervakken en daardoor een meter over de straat uitsteekt. De anderen komen even later terug in gezelschap van een vrouwtje, dat het duidelijk erg warm heeft. We planten haar voorin onze mooie Volvo, zodat ze even lekker kan afkoelen. Ze wijst ons de weg naar een privéparkeerplaats waar haar man al staat te wachten. We kunnen er gratis staan en het vrouwtje gaat ons vervolgens voor naar een appartement. Als we binnenkomen beseffen we nog niet dat het de eigen woning is van het stel, maar zodra ze weg zijn staan we als in de bekende Heineken inloopkoelkast-reclame te juichen; wat een appartement!! En wat een uitzicht! En er is een wasmachine! De vrouw en de man zijn een weekendje weg en wij mogen op hun huis passen — hoe briljant is dat?! Nee dat boek je niet op gogo.nl :-)

Vanaf ons balkon kijken we uit op de baai en het haventje van de stad. Wat in de baai eerst op een onderzeeër lijkt, blijkt een enorme jacht van 300 miljoen dollar te zijn. Aan de kust dansen laserstralen van een discotheek hoog in de lucht. En rechts zien we de vele lichtjes van de oude stad, die op slechts vijf minuten lopen bij ons vandaan ligt. Het is een levende ansichtkaart. Wat een leven.

We eten een pizzaatje en komen terecht bij een reuze gezellig plein, waar een bandje muziek staat te maken. Waar we vanavond precies heen moeten weten we niet, maar gelukkig zijn er altijd behulpzame voorbijgangers. Een paar Fransen vertellen ons dat we de Hustler party beter links kunnen laten liggen en twee Australische chicks willen onze beste vrienden worden omdat we uit Amsterdam komen. We bedanken echter vriendelijk, aangezien we er dan ook nog gratis tien gasten bij zouden krijgen. We worden door ze naar een klein zijstraatje gestuurd, waar het erg leuk zou zijn. Een gezellig sfeertje blijkt er inderdaad zeker te hangen, maar het is er tevens ook erg benauwd en we slenteren verder.

Naarmate de tijd verstrijkt begin ik zelf een klein beetje in te kakken. Het is niet dat we niet genoeg drinken, maar de juiste vibe lijkt er niet in te willen komen. Hoog tijd dus om daar iets aan te doen en een dansvloer op te zoeken. We komen terecht in de rij voor de Latino Club, wat helemaal hot schijnt te zijn. (Dat ik dat vooral ook letterlijk moest opnemen zou later blijken.) In de rij raken we in gesprek met een mega lekker wijf uit Londen, die samen met haar broertje op stap is. Ze trekken de halve avond met ons op en we hebben een hoop lol. In de club laait de feeststemming goed op en de tekst "it's getting hot in here" krijgt voor mij een wel heel letterlijke betekenis. Op een gegeven moment heb ik het dermate warm dat ik me naar de keuken begeef, een pak servetjes wegraus en de rest van de avond daarmee in m'n broekzak rondloop om mezelf iedere vijf minuten te kunnen droogmaken — dit uiteraard tot groot vermaak van de rest.

Op een gegeven moment is het mooie meisje uit Londen verdwenen en staat haar broer een beetje eenzaam op de vloer. Ik spreek 'em aan en vraag of 'ie zich nog een beetje vermaakt. Hij kijkt boos, antwoordt met "I just wanna FUCK Croatian girls!" en loopt weg, mij hardop lachend achterlatend. Als er ergens meisjes hard to get zijn, dan is het wel in Kroatië.

We verlaten de club in gezelschap van een Zweeds meisje dat we hebben leren kennen vanavond. Ze blijkt gids te zijn en rondleidingen in Dubrovnik te geven. Altijd handig, want zo pak je toch ook nog een stukje cultuur mee. Veel cultuur zit er voorlopig echter nog niet in, want al na tien stappen komen we op een brug een slapende dronkenlap tegen. We gaan er met z'n vijven omheen staan en beginnen in canon Vader Jacob te zingen. De jongen ontwaakt en vindt het prachtig. We lopen verder en bij een fontein zie ik drie leuke meiden zitten. Ze zitten druk te praten in onverstaanbaar Kroatisch, maar ik besluit er lekker naast te gaan zitten. Vrolijk en melig als we toch al zijn beginnen we iets te zingen van Bløf, waarop de blondine naast me in een ruk haar hoofd naar me toe draait en met grote ogen roept: "JULLIE ZIJN GEWOON FUCKING NEDERLANDS!" Het eerste wat ik denk is zoo, die is blij ons te zien! maar al snel begint ze ons nog net niet verrot te schelden en te roepen wat een hekel ze aan Nederlanders heeft. De Liefde van Veldhuis en Kemper is ons logische antwoord.

Zondag: Dronken voor altijd

Om een uur of twaalf 's middags ontwaak ik uit een korte maar diepe slaap. Ik stap het balkon op en vergaap me aan de schoonheid van Dubrovnik bij daglicht. Als de rest ook ontwaakt is begeven we ons weer naar de oude stad, die er eigenlijk best mooi uitziet. We hebben afgesproken met onze Zweedse gids en samen pakken we een terrasje. En daar zitten we dan, met vier enorme katers, aan de koffie en cola. Ik ben zo melig als het maar kan en ben echt even mezelf niet meer als ik met mijn uitspraken de ene na de andere lachsalvo opwek bij de rest. Het gaat helemaal nergens over, maar we hebben de grootste lol.

De rest van de dag doen we praktisch niets. Iedereen is brak en niemand heeft echt ergens zin in. 's Avonds snacken en kaarten we wat, Ruben en Daniël schrijven het eerste deel van de themesong van onze reis en om het weekend af te sluiten besluiten we nog even te gaan zwemmen in het donker. Het zeewater is heerlijk en na een half uurtje gaan we weer op huis aan. Het hek is nu echter gesloten en de enige uitgang is via de strandclub. En daar lopen we dan, als vier nuchtere Hollanders in ons zwembroek, door een club waar alle goed geklede mensen ons aanstaren met blikken van wat zijn DAT nou weer voor malloten.

Maandag: Met de trein

Maandagochtend draaien we nog een wasje en lopen we nog een stukje door de stad, alvorens de bewoners van het huis weer terugkomen. De vrouw ziet dat we onze kleren gewassen hebben en helemaal verbaasd zegt ze dat we really nice guys zijn. Alleen vrouwen doen hier normaal gesproken de was. We bedanken de vrouw voor de gastvrijheid en zetten onze trip voort: we gaan naar Sarajevo!

Voor de verzekering mogen we met onze huurauto Bosnië niet in en dus zullen we via een alternatieve weg naar Sarajevo moeten. Vanuit Ploce vertrekt iedere dag een trein en dat wordt dan ook ons vervoer. Op hoop van zegen laten we onze auto voor anderhalve dag leeg maar onbeheerd achter bij het treinstation en we stappen op de trein. Het is een reis van vier uur in een oud treinstel dat door Zweden gedoneerd is. Het is erg warm in de trein, maar het uitzicht is verbluffend mooi. Uit het raam hangend heb ik een stuk van de rit gefilmd, dat ik later online zal zetten.

In de trein maken we kennis met een Amerikaan, die onze beste vriend wil zijn omdat we uit Amsterdam komen. Als we echter vertellen dat we geen drugs bij ons hebben horen we al snel niets meer van 'em.

In het donker komen we aan in Sarajevo. Er is op het station geen pinautomaat te vinden, maar gelukkig zijn er twee zeer behulpzame Nederlandse backpackers die wel wat geld voor ons hebben voor de tram, en die bovendien vertellen wanneer we eruit moeten. We komen aan bij een hostel, waar we ontvangen worden door een aardig vrouwtje. Ze vertelt ons even te wachten en dat we zo opgehaald worden door een man die ons naar onze slaapplaats zal brengen. Tien minuten later komt er inderdaad iemand met een auto. Het is een grijze man, die ons niet aankijkt, ons geen hand geeft en geen woord zegt. Hij blijkt een enorme kegel te hebben, maar we moeten toch slapen dus op hoop van zegen stappen we bij 'em in. Hij brengt ons naar een gebouwtje even verderop, waar we onze tassen uit de auto halen. Als de man ziet dat we wat flesjes bier bij ons hebben kijkt hij opeens op, begint te brabbelen en wil graag het tasje met bier voor ons dragen. Wat een figuur.

In plaats van het hostel dat we hadden verwacht, zijn we terecht gekomen in een appartement dat nog niet af is. Het is leeg, de vloer ligt los en alles is smerig. De badkamer zit vol schimmel, de keuken is zo ranzig als het maar kan en de lakens van de bedden zijn veel te kort. Welkom in Sarajevo, denken we bij onszelf.

Dinsdag: Sarajevo maakt indruk

Bij daglicht krijgen we eindelijk een beetje een beeld van de stad. Onderweg hadden we vanuit de trein al kapot geschoten gebouwen gezien, maar ook in de stad zelf zijn de sporen van de oorlog nog goed zichtbaar. Gebouwen zijn gepleisterd maar nog niet geschilderd en veel mensen lopen met te oude gezichten over straat. Als we op een terrasje koffie zitten te drinken zie ik in mijn ooghoek opeens iets bekends voorbijkomen: een echte Amsterdamse wit/blauwe GVB tram! We springen op uit onze stoel want dit is toch wel erg grappig om zo te zien in de straten van Sarajevo. Na de oorlog gedoneerd door Nederland en nu hier in gebruik. Zelfs de "Welkom bij het GVB" stickers aan de binnenkant van de tram zitten er nog op.

Na de koffie stappen we in een taxi, want we willen graag naar de tunnel onder het vliegveld. Deze tunnel is in de oorlog gebruikt door de Bosniërs om Sarajevo te kunnen bevoorraden en is nu een museum. Onderweg naar de tunnel zien we meer en meer kapotgeschoten gebouwen en een dreigende donkere lucht komt ons tegemoet. We hebben eigenlijk niet echt een goed beeld van de plek waar we naartoe gaan en we praten maar een beetje over vanalles en nog wat. Vanuit het raampje van de taxi klik ik wat in het rond met mijn camera. Het begint te regenen en we rijden de stad uit, langs het vliegveld, naar een klein afgelegen dorpje. In de stromende regen stopt de taxi in the middle of nowhere, voor een huis vol kogelgaten. We zijn er, zo zegt de taxichauffeur. We kijken een beetje onzeker naar buiten en vragen de man op ons te wachten. Dat is geen probleem zegt hij en we rennen van de taxi naar een schuurtje naast het huis.

We worden binnengelaten door een vriendelijke man, die ons naar een soort van kelder verwijst waar we op kleine bankjes naar een video kunnen kijken. Beelden van de oorlog komen voorbij. Buiten begint het ondertussen nog harder te regenen en in de verte klinkt onweer. We zien hoe Sarajevo van alle kanten aan stukken geschoten wordt en de eerste beelden van de tunnel komen voorbij. Soldaten lopen bepakt door een flinke laag water in de nauwe doorgang. De regen en donderslagen boven ons hoofd maken het nog dramatischer. Dan zien we de plaats waar we nu zitten, alleen dan ten tijde van de oorlog. Een vrouw geeft kopjes water aan de soldaten die de tunnel uit komen lopen. Later komen we er achter dat het de moeder was van de man die ons zojuist heeft binnengelaten.

Na het zien van de video bekijken we een kaart die duidelijk maakt van hoe groot belang de tunnel geweest is. Over de kaart die oorspronkelijk de Olympische stad weergaf is een andere kaart gelegd, waarop te zien is in welke kansloze positie de Bosniërs in Sarajevo zich bevonden. Het is de eerste keer dat ik überhaupt een beetje begin te begrijpen hoe de situatie in de oorlog eigenlijk was.

En dan gaan we de tunnel in. Slechts een klein stukje ervan is nog toegankelijk, maar het is meer dan genoeg om je een beetje te doen beseffen hoe bizar en bijzonder dit is. Gebukt lopen we door de smalle doorgang. Als we weer boven komen kijken we uit op het vliegveld en komen we terecht in het huis. Het is het huis van de familie Kolar, die hier altijd gewoond heeft en nog steeds woont. Het grooste deel van het huis is nu echter museum, waarin vele herinneringen aan de oorlog (en met name de tunnel) een plaats hebben. Foto's, krantenberichten uit binnen- en buitenland (onder andere een aantal uit Nederlandse kranten), oorlogsmateriaal en meer houden de herinnering in leven. Het valt niet te beschrijven wat voor lading er op deze plek hangt, maar het is ontzettend indrukwekkend. Er hangen foto's en handgeschreven briefjes van vele internationale bekendheden die hier geweest zijn en er is een kast met internationale onderscheidingen. Ook ligt er een groot boek, waarin je een boodschap kunt achterlaten. Als je een stukje terugbladert word je nog eens keihard geconfronteerd met wat de oorlog hier heeft gedaan. "Never forget and never forgive", staat ergens geschreven, met vijf Bosnische namen eronder. Met een brok in de keel verlaten we even later het huis.

Zoveel als we op de heenweg nog te vertellen hadden, zo stil zijn we alle vier als we met de taxi terugrijden naar Sarajevo. We rijden over de weg die we zojuist keihard bestookt hebben zien worden en opeens hebben de kogelgaten in de gebouwen een hele andere betekenis. De taxichauffeur die naast me zit heeft hier waarschijnlijk zelf ook gevochten, bedenken we ons in het Nederlands. We zijn stil. Mijn camera blijft in mijn tas. Ik was tien jaar toen de oorlog hier in volle gang was, maar het is altijd een ver van mijn bed show geweest. Nu is het opeens allemaal anders, en vraag ik me af hoe het mogelijk is dat ik maar zo weinig weet van iets wat zo kort geleden, zo dichtbij huis gebeurd is. Het afgelopen uur was zonder twijfel het meest indrukwekkende uur van deze trip.

Eenmaal terug in de stad bedanken we onze chauffeur en ik geef hem vijf euro fooi voor het wachten op ons. De man weet niet wat hij meemaakt en dolblij geeft hij ons zijn kaartje en vraagt of we nog een slaapplaats zoeken. We vinden het echter wel best voor vanavond en bedanken hem vriendelijk.

De rest van de dag lopen we wat door de stad, eten we de lokale specialiteit, staan we even stil op de plaats waar de Eerste Wereldoorlog begon en pakken we nog een terrasje. Het enige wat we aan het einde van de dag nog missen is een sticker voor de gitaar. Sarajevo hebben ze nergens, maar met BiH nemen we uiteindelijk ook genoegen. Bosna i Hercegovina, een reis in onze reis.

Op het moment dat we 's avonds ons bed in willen duiken komt er onverwachts een nieuwe huisgenoot binnenlopen. (Onverwachts, omdat we eigenlijk in de veronderstelling waren dat dit gewoon ons appartement was.) Twee minuten eerder heb ik de wc in de badkamer voorzien van een echt niet te harden biohazard (understatement) en Daniël verwelkomt de jongen op gepaste wijze met "welcome to this shithole!" Als de jongen hem vragend aankijkt en "what do you mean?" uitbrengt, antwoordt Daan grijnzend: "you'll find out", waarop hij de deur van onze slaapkamer dichtgooit en we hardop lachend het licht uitdoen.

Woensdag: Let's go for a swim

Om een uur of vijf in de ochtend gaat de wekker, want we moeten weer met de trein. We zijn redelijk vroeg op het station en besluiten nog een bak koffie te halen voordat we de trein in gaan. In de lege stationshal zoeken we een leuk plekje op en worden we langzaam wakker. Dat Ruben na de koffie echter nog niet helemaal scherp is, blijkt wel als we de rekening krijgen. Het meisje van de koffie komt net het bonnetje brengen, als Ruben haar aankijkt en vraagt: "What's the damage?" (En daar zitten we dan, in een stad die compleet aan stukken geschoten is.)

In de trein slapen we nog wat en staren we weer over het prachtige landschap. Bij de grens komt net als op de heenweg de douane de trein in, om alle paspoorten te controleren. Alle documenten van onze medereizigers worden uitvoerig gecontroleerd en gestempeld, maar zodra de douaniers zien dat wij EU-paspoorten hebben (aan de kaft welteverstaan) is het al goed en willen ze verder lopen. Ik wil het mijne al opbergen, als Thomas een van de douaniers aanspreekt en bijdehand vraagt of wij dan geen stempel krijgen. De man kijkt wat nors en mompelt wat, maar pakt dan onze paspoorten en plant in ieder exemplaar een stempel. Best cool :-)

Eenmaal terug in Ploce blijkt onze auto nog altijd ongeschonden op zijn plek te staan en we kunnen onze reis vervolgen. Eindpunt van vandaag zal Sibinik zijn, maar voordat we daar heengaan willen we eerst nog ergens zwemmen. Na een kort ritje zien we een bordje staan, waarop een waterval staat aangegeven. We parkeren de auto onder een boom en lopen naar de rand van de weg. Vanaf daar hebben we een geweldig uitzicht op de omgeving en in de diepte zien we een zeer aantrekkelijke waterval. De vraag is alleen hoe we daar beneden komen, want het enige wat we zien is een steile afgrond aan rotsen. Een local die even verderop bezig is met het bouwen van een huis vertelt ons dat er een pad van tweehonderd meter loopt, dat naar het water leidt. We hebben allemaal wel erg zin om te zwemmen en te vissen, dus we besluiten het erop te wagen. We vinden het pad (of nouja, iets wat op een pad lijkt) en lopen (klimmen en klauteren) een half uur, als we nog steeds nergens zijn. Ergens halverwege komen we een Duitse man en zijn zoon tegen, die net als wij op zoek zijn naar het water. Uiteindelijk komen we samen uit bij een stuwdam, en horen we van anderen dat de waterval alleen te bereiken is door met touwen naar beneden te gaan. Bij gebrek aan touw besluiten we maar terug te keren naar de auto, maar de zin in water is er alleen maar groter op geworden. Wij zullen niet rusten voor we kunnen zwemmen!

Na een uur rijden komen we aan in Krka, een groot nationaal park in de buurt van Sibinik. Een groot bord laat foto's zien van de meest geweldige plekken in het park en bovendien staat er dat je er mag zwemmen en vissen. Als we er echter achterkomen dat we wel even veertien euro per persoon moeten betalen om even een duik te kunnen nemen hebben we het snel gezien. We vragen de vrouw achter de kassa of we niet gewoon ergens gratis kunnen zwemmen en tot onze grote vreugde weet ze wel een plek.

Zeven kilometer verderop vinden we een brug waar mensen van af aan het springen zijn en waar je prima in de rivier kunt zwemmen. We zetten de auto aan de kant en genieten de rest van de middag van dit paradijselijke plekje. Held van de dag is overigens Thomas, die het aandurft om van de meters hoge brug af te springen. Van beneden lijkt het niet veel bijzonders, maar van boven was het mij toch echt te hoog.

Tegen een uur of zes wordt het tijd om een slaapplaats te gaan regelen en we rijden het laatste stukje naar Sibinik. Daar aangekomen springen Daan en Tom uit de auto om de touristinfo te gaan zoeken, en ondertussen zoeken Ruben en ik een parkeerplaats. Als we deze gevonden hebben en uit de auto stappen, horen we naast ons een man die druk aan het telefoneren is: "Noo, I don't have appartment for sixz.. I only have appartment for five.. goodbye!" Wij ruiken onze kans en Ruben spreekt de man aan: "You have appartment for four? NAJS" En het is geregeld. Een seconde later komen Thomas en Daniël alweer aanlopen en de man, die op zijn scootertje stapt, vraagt ons hem te volgen met de auto. Nu moet je het je zo voorstellen dat hij op dat scootertje gewoon door het verkeer roste, terwijl ik hem met onze dikke Volvo maar bij moest zien te houden. Als in Grand Theft Auto heb ik onze snelle vrachtwagen door de straten van Sibinik tussen al het andere verkeer door gestuurd, tot we uiteindelijk aankwamen bij een prima appartement met uitzicht over de stad. We besluiten dat we er wel twee nachten willen blijven.

Dezelfde avond eten we verse scampi's in een restaurantje aan de zee en zoeken we tevergeefs naar het nachtleven van Sibinik. We eindigen uiteindelijk gewoon in ons appartement, waar we bier drinken en kaarten, wat overigens ook geen straf is.

Donderdag: Feesten met een pornoster

Vandaag is een lui dagje. Terwijl Ruben en Thomas nog slapen loop ik samen met Daniël een rondje door de stad en maak ik wat leuke plaatjes. We komen terecht op de markt, waar chefkok Daan helemaal los gaat. Overal moet aan geroken worden en waar we mogen proeven doen we dat maar al te graag. De markt is bovendien spotgoedkoop en even later komen we met vier tassen vol verse producten (waaronder vier net niet meer spartelende vissen) thuis. Vanavond hebben we een koningsmaal, dat staat alvast vast.

De rest van de dag liggen we aan het water, bij dezelfde brug als gisteren. We lezen een boekje en luisteren naar de stilte, ofwel, we doen even lekker helemaal niets.

Als we aan het begin van de avond weer richting ons appartement rijden, zien we langs de weg een bordje Vino staan, met een pijl in de richting van een smal weggetje. We besluiten eens te gaan kijken en rijden het kronkelende paadje op. Langs de kant van de weg zien we wijngaarden en na een steil weggetje omhoog komen we aan bij een huisje. Een zeer vriendelijke man ontvangt ons met open armen en leidt ons naar een klein schuurtje. Eenmaal binnen weten we niet wat we meemaken. Er staan een aantal enorme vaten en we krijgen direct een glas vers getapte wijn in onze hand gedrukt. De wijn is erg krachtig (er zit waarschijnlijk ook iets meer alcohol in dan in de gemiddelde wijn) maar smaakt erg goed. We genieten van de wijn en deze bijzondere plek, waar naast de vaten wijn ook een flink aantal jaren oude hammen hangen. De man trekt dan een oude theedoek van een soort werkbank af, waardoor een reeds aangesneden ham zichtbaar wordt. Hij snijdt kleine stukjes voor ons af en laat ons proeven. En nou echt... LEKKER..! Damn. Drie dagen later liep ik nog steeds met dezelfde overheerlijke smaak in m'n mond.

Even denken we er aan om een hele ham te kopen bij de man, maar omdat ze toch best prijzig zijn doen we dat toch maar niet. Met handen en voeten maken we duidelijk dat we wel graag twaalf flessen wijn mee willen nemen. Een fles kost minder dan drie euro, dus we slaan gelijk wat cadeautjes voor thuis in. Als we de flessen naar de auto hebben gebracht vraagt Daniël of de man toevallig nog wat kruiden voor hem heeft, die hij vanavond in de vis kan stoppen. Direct wijst de man op zijn enorme tuin en als Daan voorzichtig vraagt of hij wat van hem mag kopen, begint de man te lachen en zegt dat we zoveel mogen plukken als we maar nodig hebben. Om het feest nog groter te maken komt de man even later met een aantal enorme tomaten aan, die we ook mogen hebben. We bedanken de man, nemen afscheid en rijden het weggetje weer af. Dit is toch het leven...

's Avonds loop ik samen met Thomas nog een stukje door de stad, terwijl Daniël en Ruben het avondeten bereiden. In de stad zien we een grote poster hangen van de Hacienda club. We googlen het gelijk even en het ziet er allemaal wel prima uit. We kunnen dus gaan stappen vanavond, maar eerst is het nog tijd voor het avondmaal. Eenmaal thuis staat de chefkok ons al op te wachten en we kunnen aan tafel. De maaltijd is echt heerlijk en we genieten van de wonderbaarlijke kunsten van topkok Daniël. NAJS.

Na het eten pakken we een taxi en rijden we de stad uit, op weg naar de Hacienda club in Vodice. Het blijkt een enorme openlucht club te zijn, met veel mooie vrouwen. Wat een pech toch weer. In de club draait een DJ enkel Kroatische muziek, maar op de een of andere manier worden we er erg vrolijk van. Rondjes bier en tequilla volgen elkaar in rap tempo op en voor we het weten staan we mee te zingen met de Kroatische knallers. Als op een gegeven moment de DJ de muziek stopt en er aan de andere kant een band begint te spelen (het hele podium hadden we nog niet eens opgemerkt), wordt de zaal gek en iedereen wurmt zich naar voren. Wij hebben geen flauw idee wie of wat er op het podium staat, dus we vragen het de mensen om ons heen. Het blijkt Severina te zijn, een beroemdheid in Kroatië, die tevens een eigen pornofilm gemaakt heeft. Het feest wordt er alleen maar groter op en we dansen de avond vol met onze nieuwe tijdelijke vrienden.

Aan het einde van de avond worden we door de taxi weer in Sibinik afgezet. We moeten nog een klein stukje lopen naar ons appartement en aangeschoten plus melig als iedereen is lopen we wat te klooien op straat. Thomas scheurt een grote poster van de muur en Daniël ziet een uithangbord dat hij wil aantikken. Hij kan er echter net niet bij en besluit op een muur te klimmen. Op hetzelfde moment stopt er een politieauto. De agent achter het stuur maant Daniël naar hem toe te komen. Daan heeft zijn paspoort niet bij zich, maar geeft de agent zijn rijbewijs. De agent bekijkt het, niet echt begrijpend wat er staat, waarna hij Daniël vraagt: "When I come to Holland, can I just climb onto walls?" Uiterst beleefd antwoordt Daniël: "Oh yes, I think you can, officer!" De agent mompelt wat, geeft het rijbewijs terug en zegt ten slotte: "Don't shit in Croatia!" De politieauto rijdt weg en wij lachen onderling om de laatste opmerking. Succes met inhouden Daniël!

Vrijdag: Zo gastvrij is Kroatië

Als we onze kater hebben uitgeslapen is het tijd om het appartement te verlaten. We pakken nog een terrasje in de stad, waar een groepje zangers af en toe iets ten gehore brengt. Onder het genot van een pizza bestuderen we de kaart en denken we na over de volgende bestemming. Het wordt de laatste plaats voor we terug zullen rijden naar Ljubljana en we besluiten dat we nog wel een van de eilanden willen zien. Het eiland Pag schijnt het Ibiza van Kroatië te zijn, maar aangezien dat niet echt op de route ligt besluiten we naar Krk te gaan, wat erg mooi moet zijn.

Voor we definitief koers zetten naar Krk maken we nog een tussenstop bij de wijnboer van gisteren. We hebben bedacht dat we nog wel wat meer cadeaus voor thuis kunnen gebruiken. Bij de man aangekomen vertellen we hem dat onze wijn op is en dat we nog twaalf flessen willen meenemen. Hij begint te lachen en met 22 flessen in de wijnkelder van de auto (ja echt, zelfs dat zat er in onze Volvo) gaan we weer op pad.

In Krk aangekomen vinden we een hostel dat in een erg gezellig straatje ligt. Helaas is het al helemaal vol en moeten we op zoek naar iets anders. Er zijn genoeg bordjes Apartmani te vinden en bij een willekeurig huis vragen we of er nog plaats is voor vier. Een vriendelijke vrouw staat ons te woord. Ze heeft zelf geen kamers meer over, maar vrienden van haar misschien nog wel. Er wordt wat heen en weer gebeld en uiteindelijk worden we opgehaald door een grijs opaatje. Hij rijdt met ons mee en leidt ons naar een mooi vakantiehuis. De man spreekt echter geen woord Engels of Duits, maar hij belt zijn vrouw die ons wel kan helpen. Een moment later is de deal gesealed en worden we uitgenodigd voor een wijntje met het stel. We vertellen ze over onze trip en over de gitaar en ze vinden het prachtig. De vrouw spreekt prima Duits, maar de man zit er maar een beetje bij. Dan vertellen we dat we de avond ervoor zijn wezen stappen en dat we Severina gezien hebben. De man kijkt meteen op, zegt "SEVERINA!" en maakt met twee armen en gebalde vuisten duidelijk dat hij wel van porno houdt. Wij liggen vanzelfsprekend in een scheur.

's Avonds lopen we een rondje door het stadje en snacken en kaarten we wat. Veel meer doen we niet, maar niemand heeft ook nog echt veel fut. We kijken uit op het haventje van Krk en verzuchten ons geluk nog eens. Wat een leven.

Zaterdag: Een waardige afsluiting

Vandaag zullen we naar Ljubljana rijden, waar we twee weken geleden ook begonnen. Voorafgaand daaraan willen we echter nog wel even van de omgeving genieten. In Krk hopen we een bootje te huren, maar helaas lukt dat niet omdat niemand van ons een vaarbewijs heeft. We besluiten daarom Krk maar te verlaten en op jacht te gaan naar een rivier of meer om in te zwemmen en vissen. Vlak voor we weggaan krijgen we van de eigenaars van het vakantiehuis nog een sticker voor op de gitaar. Het is vandaag Maria Hemelvaart en heel toepasselijk is dat ook de opdruk van de sticker.

We rijden weg van de kust, in de richting van een riviertje. Veel water zien we echter niet en ik stuur de auto een donker sprookjesbos in, waar volgens de kaart ook wel ergens een meertje moet zijn. De rit is echt prachtig mooi, maar water zien we niet. We zetten de auto aan de kant en met de kaart op de moterkap zoeken we naar een plek waar we het water niet kunnen missen. Een eind verderop ligt een groot meer en we besluiten daar ons geluk dan maar te beproeven. We rijden door een gebied dat ons doet denken aan Oostenrijk en op de weg is geen hond te bekennen. Gezien het feit dat de weg ook nog eens heel erg overzichtelijk is besluit ik me nog eens uit te leven en met gebruikmaking van beide weghelften scheur ik rustig door het glooiende landschap. Als we aankomen bij de plaats waar het meer zou moeten liggen zien we nog altijd geen water. We kunnen het ons haast niet voorstellen, maar in de zomer blijkt het meer droog te liggen, net als op veel andere plaatsen het geval is. Het is jammer, maar niet anders. We geven het op en even later liggen we bij een klein beekje, in de zon op onze badlakens. Het is overigens een prachtig plekje, dus erg is het absoluut niet.

Aan het begin van de avond stappen we weer in de auto en zetten we koers richting Ljubljana. De uit Ljubljana afkomstige meiden die we in Rijeka hebben leren kennen hebben ons toen hun telefoonnummer gegeven, en een gratis overnachting in Ljubljana is daarmee snel geregeld. Onderweg stoppen we nog even bij een wegrestaurant voor een lekkere schnitzel met patat en in het donker scheur ik op de muziek van Charlie Lownoise en Mental Theo het laatste stuk naar de hoofdstad.

In Ljubljana worden we enthousiast ontvangen door de meisjes, die overigens flink werk gemaakt hebben van hun outfit. Hellooo ladies! We nemen een douche, drinken een biertje en maken wat muziek, alvorens we de stad in duiken. Het appartement waar we zijn ligt een aardig stukje uit het centrum, maar twee van de meiden zijn zo aardig om ons met de auto te brengen. Met z'n achten pakken we een terrasje en bezoeken we twee clubs. Het is een heerlijk avondje. Het mooiste moment van de avond vindt overigens plaats op straat, als we van de ene naar de andere club onderweg zijn. Op een willekeurige straathoek staan we even te wachten, als er een groepje mannen met gitaren komt aanlopen. Het is Ruben die een van de mannen roept: "Señor! Guitar!" De man begint spontaan La Bamba te spelen en wij zetten in. Minutenlang zingen wij het nummer, terwijl de andere mannen ook meespelen en verschillende mensen om ons heen komen staan die ons beginnen te filmen. We hebben de stille hoop dat een van de filmpjes ooit op Youtube terecht komt, maar vooralsnog hebben we niets kunnen vinden. Als we het nummer gezongen hebben applaudisseert iedereen voor elkaar en gaat ieder van onze groepen weer zijn eigen weg, alsof er niets gebeurd is. Dit was beter dan een flashmob, zonder twijfel.

Na het stappen zitten we thuis nog wat na en zien we het voor de zoveelste keer deze trip licht worden. We praten en zwijgen wat, maar één ding is zeker: dit was een mooie afsluiting van iets heel erg moois.

Zondag: Asfalt voor ons alleen

En dan is het tijd om weer naar huis te gaan. We lopen nog een laatste rondje door Ljubljana, snacken wat en praten nog wat na. Dan stappen we in de auto en zetten koers naar Nederland. Bij een ondergaande zon klinkt het nummer Ol'55 (Asfalt voor mij alleen) van Acda en de Munnik door de speakers en toepasselijker kan het ook eigenlijk niet.

De terugrit verloopt nog soepeler dan de heenrit. In Duitsland rijd ik vier uur lang 170 op de cruise control en word ik enkel ingehaald door een motor die zo rond de 230 gezeten zal hebben. Om half zeven 's morgens komen we aan in Amsterdam, waar we gezamelijk nog een bak koffie drinken. En dan is het voorbij. Ik neem afscheid van m'n maatjes en met een heel raar gevoel stap ik m'n eigen bed weer in.

Twee weken roadtrip hebben gevoeld als twee maanden, in de meest positieve zin. Zoveel indrukken, zoveel belevenissen en zoveel momenten met elkaar. Het valt niet in woorden te bevatten, maar ik hoop dat dit stukje een heel klein beetje een beeld kan schetsen van wat voor fantastische reis wij hebben mogen meemaken.

Najs.

In totaal hebben we tijdens deze trip 900 foto's gemaakt en hebben we vijf uur aan filmmateriaal geschoten. Ik hoop dat je begrijpt dat ik dat niet allemaal online ga gooien ;-)

Link naar deze entry
Reageren (9 reacties)